Ik ben mijn wilde haren nog niet kwijt.

Interview met stadsdeelcoördinator Ruud van Erp

U wist het misschien niet, maar Ruud van Erp (61 jaar) is de grote regelneef van Beijum. En niet alleen van Beijum, maar ook van Lewenborg, Noorderhoogebrug, Oosterhoogebrug, De Hunze, Van Starkenborgh, Ulgersmaborg, Ruischerbrug, Ruischerwaard en de Meerdorpen Engelbert en Middelbert. Kortom: Ruud is stadsdeelcoördinator van het stadsdeel Noorddijk. Hij komt uit het onderwijs. Hij heeft in Groningen de pedagogische academie doorlopen, is begonnen als onderwijzer en werd in 1985 directeur van Basisschool De Hoeksteen in Vinkhuizen. Na veel omzwervingen is hij per 1 mei 2012 in zijn huidige functie beland als opvolger van Leo van Gent, die de VUT-gerechtigde leeftijd had bereikt. In De Wegwijzer, een plek die Ruud regelmatig bezoekt, spraken wij op een vroege vrijdagochtend over die omzwervingen, over wat hij allemaal doet als coördinator van onze wijk en over zijn vrijetijdsbesteding. En als toetje stelde ik hem een misschien wat vrijpostige vraag, waarop hij net zo serieus antwoord gaf als op de overige vragen.

Ruud, wat voor omzwervingen heb je allemaal gehad?
In 1995 was ik nog steeds directeur van Basisschool De Hoeksteen toen het concept Vensterschool om de hoek kwam kijken. Een Vensterschool is een samenwerkingsverband van allerlei instellingen in de wijk die werken met kinderen en/of hun ouders om de ontwikkelingskansen van kinderen te vergroten. Ik werd meteen verliefd op dat concept. In Vinkhuizen kwam een Vensterschool en daarvan werd ik locatiemanager naast mijn baan als schooldirecteur. De combinatie van beide banen werd wel erg druk. In 2000 nam ik afscheid als schooldirecteur en kon ik mij volledig concentreren op die andere functie. Ik hielp mee een Vensterschool op te zetten in de Korrewegwijk en in een later stadium een Vensterwijk in Beijum, waarvan ik uiteindelijk locatiemanager werd. Een Vensterwijk is in principe hetzelfde als een Vensterschool, alleen grootschaliger. In 2006/2007 werd ik gebiedsmanager in Noorddijk en, omdat er geen blijvende opvolger als locatiemanager van de Vensterwijk kwam, bleef ik die baan houden tot mei vorig jaar en ik de opvolger werd van Leo van Gent.

Wat veranderde er allemaal toen je stadsdeelcoördinator werd?
Heel veel. Het gaat in die functie om verbinding maken tussen bewoners en gemeente. Je moet voelen wat er leeft. Je bent de ogen en oren van de wijk. Je brengt het geluid waar het moet zijn en weer terug. Daarom ben ik vaak op pad. Altijd even kijken als er ergens wat te doen is. Als locatiemanager Vensterwijk en gebiedsmanager opereerde ik vanuit de Dienst Onderwijs, Cultuur, Sport en Welzijn maar in deze functie ben ik echt dienstoverstijgend bezig. Je moet een heel ruime blik hebben. Bijvoorbeeld: als voorzitter van het veiligheidsoverleg Noorddijk heb ik te maken met veel instellingen en belangen die afgewogen moeten worden. Vanuit de wijkteams Nieuw Lokaal akkoord beoordeel ik mede initiatieven die vanuit bewoners worden ingebracht of projecten die vanuit een aanbod tijdens bewonersbijeenkomsten worden uitgekozen als belangrijk. Het is een voortdurende stroom van activiteiten waar je de vinger op wilt leggen. Kort gezegd ben ik bezig met het coördineren van gemeentelijke zaken die op dat moment spelen.

Doe je dat alleen of met een team medewerkers?
Wij zijn in de kern met z’n vieren en delen een kamer bij ROEZ aan het Zuiderdiep. Irma Zijlstra en Jaap Taheij zijn stadsdeelsecretarissen en Peter Homan is stadsdeelbeheerder, de ‘Groen en Grijs’ man. Peter zit ook regelmatig op die kamer, maar is vaak op pad voor overleg met een werkgroep of is op een wijkpost te vinden. Irma en Jaap doen niet alleen secretariële werkzaamheden, maar zijn ook voortrekkers als het om projecten gaat. Irma heeft Beijum in haar pakket en houdt zich bijvoorbeeld bezig met Plein Oost, de Heerdenaanpak, de Groene Long en Oud en Nieuw. Zij is voorzitter van het Wijkteam Nieuw Lokaal Akkoord Beijum.

Wat vind je van Beijum?
Ik woon, samen met mijn vrouw, vanaf 1978 in hetzelfde huis aan de rand van Beijum en met veel plezier. Onze twee kinderen zijn hier geboren. Beijum is een complete wijk met scholen, winkelcentra, een gezondheidscentrum en een bibliotheek. Ik heb gevolgd hoe Beijum in de loop der jaren van een paar huizen geworden is tot een wijk die veel culturen herbergt en een geweldig potentieel heeft aan wijkbewoners die daar binding mee hebben en bereid zijn als vrijwilliger de handen uit de mouwen te steken. Ik geniet van het Beijumboek dat vorig jaar verschenen is. Ik beleef de afgelopen 35 jaar opnieuw tijdens het lezen en zie weer hoe we met de kinderwagen over de Beijumerweg langs de koeien en weilanden naar Moeke Vaatstra wandelden om daar wat te gaan drinken.

Wat zijn je hobby’s?
Ik heb vanaf mijn tiende tot twee jaar geleden korfbal gespeeld. Ik ben nu scheidsrechter en beoordeel en examineer scheidsrechters. Ik ben trouw supporter van ROG, dat is een afkorting van Rondom d’Olle Grieze. Ik bezoek zo vaak als mogelijk thuiswedstrijden in de sporthal van Beijum en op het veld in Kardinge. Verder ben ik liefhebber van muziek, van Queen, Dire Straits, Dream Theater, Pink Floyd, Genesis en andere symfonische rockgroepen. Maar ik houd ook van orgelmuziek, daar zit een heel orkest in. De stad en de  provincie Groningen zijn rijk aan orgels en ik heb er heel wat gezien en gehoord. Nee, ik speel niet zelf. Ik krijg de verschillende speelbewegingen niet gecoördineerd. Het is geen hobby te noemen, maar een wezenlijk onderdeel van mijn leven is mijn betrokkenheid bij Kerkelijk Centrum De Bron aan de Bentismaheerd. Op de vrijdagavond ben ik één van de vrijwilligers in het stiltecentrum.  De Bron is een open en bewogen gemeenschap waarbij ik mij thuis voel.

Ruud, wij kennen elkaar langer als vandaag, daarom permitteer ik mij deze laatste vraag: waarom zie je er altijd zo ongeschoren uit?
Dat komt voort uit luiheid. Ik scheer mij twee keer per week met de tondeuse op de kortste stand. Vroeger had ik een volle baard, lang haar en reed ik op een Tomos brommer. Ik hecht aan het gevoel dat ik toch nog niet al mijn wilde haren kwijt ben.

Menno Fritsma (tekst) en Bart Luurtsema (foto)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.