Golfbaanplannen vervangen door landgoed-wonen

De nieuwe plannen voor de Woldstreek.

Na de afgeschoten golfbaanplannen zijn er nu plannen voor “landgoed-wonen” in het buitengebied ten noord-oosten van Beijum. Dit blijkt uit het (concept) Perspectief Woldgebied dat 27 maart in de Stuurgroep van wethouders van Bedum en Groningen en de provincie-gedeputeerde wordt behandeld. Bedum gaat de Oosterseweg verbreden met halfhard betonzand; de aansluitende Noorddijkerweg in Groningen blijft een smalle landweg, inclusief drempels. Voor vrijliggende fietspaden langs de weg is geen geld; ook voor recreatieve fietspaden het ommeland in ontbreken de centen. Verder wil Groningen (samen met beheerder Natuurmonumenten) nu eindelijk haar 17 hectare braakliggende akkers links naast het tweede deel van het Beijumerbos inrichten als ruige nieuwe natuur, dit als aanvulling op het meer recreatieve Beijumerbos.

Landgoed wonen

Was de komst van de golfbaan opgehangen aan een halfingestorte boerderij op de landerijen naast het Beijumerbos, ook het idee voor landgoed-wonen focused op de inmiddels afgebrande boerderij-plaats aan de Oosterseweg. Bedum had in de aanloop naar de golfbaan 40 hectare grond plus boerderij met schuren gekocht van de hier gevestigde koolkweker om de benodigde 150 hectare voor de golfbaan mogelijk te maken. Nu de golfbaan van de baan is heeft Bedum duidelijk gemaakt geen boer te willen worden. Bedum wil de grond graag verkopen aan in de buurt werkzame boeren. De gemeente wil de boerderijplaats – waar vanuit schuren nog steeds kool op het land wordt geteeld – apart in de markt zetten voor particulier iniatief. Gedacht wordt aan Landgoed-wonen-woonzorgcomplex.

Kan landgoed-wonen hier zorgen voor de zo gewenste buffer tussen stad en platteland, zodat zowel het dorpse Zuidwolde, de stadse woonwijk Beijum als het nabije landelijke agrarisch gebied zichzelf blijft? Oppassen om deze harde, scherpe ruimtelijke afbakening niet te verprutsen in een hutspot. Tegelijkertijd is het verloren gaan van boerderijen, en daarvoor nieuwe functies en gebouwen terugkrijgen, onvermijdelijk. Boerenbedrijven groeien ieder jaar groter. Anderen stoppen. Zo werkt de economie. Kijk naar Noorddijk waar naast de kerk een oude boerderij verandert in een kerkelijk bijgebouw zonder van uiterlijk te wisselen.

Wat is dat eigenlijk, landgoed-wonen?  Uit voorzichtig rondvragen blijkt dat het om een bijna geheel openbaar toegankelijk bos, natuur of parkachtig gebied gaat met een woongebouw van allure. Het huis moet een architectonische eenheid vormen met het omringend groen. Het gaat om een nieuwe invulling van een oud verschijnsel, denk aan de Freylemaborg Slochteren. Het tijdschrift Noorderbreedte typeerde het nieuwe landgoed-idee als een typische uitkomst van het poldermodel, waar tegelijkertijd vele belangen kunnen worden bediend. Mensen die de behoefte en de middelen hebben om exclusief en in het groen te wonen worden bediend tegelijk met natuur – en milieudoelen, maar ook kan het een geschikt middel zijn om het platteland sociaal en economisch te versterken en toekomstperspectief te bieden. En tenslotte een nieuw recreatief ommetje voor publiek. Onduidelijk is of je een landgoed nieuwe stijl nu als grootschalig of kleinschalig moet beoordelen: de grootte is minstens 5 hectare (in de provincie Groningen mogelijk zelfs 25), tegelijk stellen gulle belastingregels een maximum van 3 wooneenheden. Verbazingwekkend is de link met een woonzorgcomplex. Ook de schaalgrootte van het woongebouw is hier nog een onduidelijk punt.

Een flat op het platteland lijkt niet binnen de regels te vallen. Maar terugbouwen van de afgebrande boerderij is ook niet te verwachten.

De agrarische familiebedrijven in de buurt worden gedreven door betrekkelijk jonge boeren, die nog jaren vooruit willen. Er is de afgelopen jaren volop geïnvesteerd en gebouwd. De boeren willen graag hun vruchtbare, betaalbare grond terug. Past prima op uitgangspunt van provincie en regio dat handhaving van landbouw voorwaarde is voor behoud van het cultuur/historisch ontginningslandschap hier.

Fietsen

De behoefte naar meer en veiliger fietsmogelijkheden wordt wel geconstateerd, maar er wordt niets mee gedaan. Er komt geen scheiding tussen gemotoriseerd en niet-gemotoriseerd verkeer aan de Oosterseweg. Ook ontbreken maatregelen om sluipverkeer tegen te gaan. Uit metingen blijkt dat er jaarlijks 242.060 auto´s deze landelijke weg nemen. Overigens wordt de weg wel verbreed met halfhard betonzand. Dit zou uitwijken vergemakkelijken, maar kan de snelheid wel gevaarlijk omhoog brengen. En hoe fijn is het om als fietser de straks halfverharde berm in gejaagd te worden? Bedum is bereid om langs de grond dat zij wil verkopen een strook te reserveren voor evt. toekomstige aanleg van een fietspad. Als er geld is.

Er komt geen uitbreiding van recreatief routenetwerk. Een doorsteekje op de hoek van de Oosterseweg ter hoogte van nummers 54/58, over bestaand pad richting boerderijen met namen als Tempelheem en Zonnehoeve, en dan doorstekend via waterschapspaden langs Geweide richting Thesinge, met boerderijen als Steerwolde, kan er niet vanaf. Een gemiste kans om de relatie tussen stad en ommeland te verbeteren, stadsbewoners van het platteland te laten proeven. Ervaren waar het eten vandaan komt – een koe in de wei, weidevogels druk in de weer, suikerbieten op het land, wuivend graan in de nazomer. Lekker actief, gezond bezig zijn – de stadjers worden hier niet toe verleid met een uitnodigend iets groter rondje. Stad en regio zeggen verbindingen met het ommeland belangrijk te vinden, en een recreatieve ring rond de stad op zo´n 15 kilometer van het stadhart te willen door afwisselende landschappen. Bedum houdt het bij een uitnodiging om initiatieven en nieuwe ideetjes richting het stadhuis te sturen.

Nieuwe natuur

Stad wil aan de slag met nieuwe ruige natuur maken op de reeds in 1999 aangekochte landbouwgronden ten noorden van de Rietlandboerderij, naast het tweede deel van het Beijumbos. Om het recreatiegebied Noorddijk verder te ontwikkelen. In het Ontwikkelingsplan Kardinge is hier een extensieve zone, met weinig menselijke activiteit gedacht, dit in tegenstelling tot de  intensieve zone van zwembad en sportvelden met veel gebruikers. Gebiedsbeheerder Natuurmonumenten, denkt aan een deels nat, deels droog gebied. Zonder massieve vakken vol bomen, maar met gebiedsgebonden groen. Ook geschikt om de inmiddels 15 reeën die in en om het Beijumerbos leven een rustgebied te bieden. Met hooguit een pad voor wandelaars en fietsers met doorzettingsvermogen. Mensen moeten hier de laarzen maar aandoen, zegt de boswachter.

Kritische vraag is wel of  twee uitstulpingen aan de noordrand van het Beijumerbos, het landgoed-wonen bos en het  nieuwe natuurgebied van stad, niet wat veel is? De gedachte van bosstroken, dat recht doet aan de historische opstekkende lange ontginningspercelen, dreigt hiermee doorbroken. Vrije zichtlijn en ruim doorzicht naar het achterliggend agrarisch landschap gaat verloren. Bij de aanleg van het Beijumerbos hebben stadsbewoners juist uitgesproken niet het contact met het platteland te willen verliezen.

De BOB onderzoekt of grondruil een beter resultaat geeft. Hulp is welkom.

Tekst: Gerrit Lennips,Lid Klankbordgroep Woldstreek

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.